Duurzame stad
en gemeenschappen

 

Wijkontwikkeling

Veel Antwerpenaars identificeren zich met de wijk waar ze wonen. Die wijken hebben elk hun eigen karakter. In de ene wijk is al zwaar geïnvesteerd, in een andere is er nog veel werk aan de winkel en zijn er nog veel kansen. Zo is er in de 19de-eeuwse gordel al veel vernieuwd. Maar in het veel grotere gebied van de 20ste-eeuwse gordel staat alles nog te gebeuren. Via een wijkgerichte aanpak willen we nagaan wat het aanbod is van woningen en voorzieningen. Op basis daarvan en met respect voor de eigenheid willen we de behoeften van elke wijk in kaart brengen en daarop een langetermijnvisie enten. We willen dat private en publieke investeerders de krachten bundelen om het door de stad vooropgestelde voorzieningenniveau te bereiken. En de groei van de bevolking kwalitatief op te vangen.

Een toekomstgerichte wijkvernieuwingscultuur

We laten de ontwikkeling van nieuwe en bestaande woongebieden niet langer over aan speculanten en projectontwikkelaars. Uiteraard ligt het initiatief bij projectontwikkeling vaak bij de privésector. Maar we willen dat de stad opnieuw actiever als bewaker van het algemeen belang optreedt. We willen opnieuw voldoende schotten tussen politiek en projectontwikkelaars optrekken en willen de stadsorganisatie zo uitbouwen dat de stad actief de regie van de stadsontwikkeling kan voeren. We willen in de lijn van het voorgaande een nieuw strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen opstellen waarin de principes voor wijkvernieuwing zoals woonverdichting, voorzieningengraad, ontwikkelingsschaal of nutslevering worden opgenomen. De bouwcode is de vertaling van dit nieuwe ruimtelijk kader.

  1. We willen werk maken van diverse wijken, waarin plaats is voor wonen, werken en ontspannen. We besteden extra aandacht aan wonen voor grote gezinnen.
  2. Via integrale wijkontwikkelingsplannen willen we nagaan hoe we woonverdichting (meer woningen op een beperkte schaal) combineren met het op peil houden en het versterken van voorzieningen (kinderopvang, scholen, sportinfrastructuur, publieke ruimte…). Een dicht netwerk van voorzieningen creëert dynamiek in wijken.
  3. Bij alle vormen van wijkvernieuwing willen we extra aandacht voor vier maatschappelijke tendensen waarop we met de stad planmatig willen inspelen: deeleconomie, betaalbaar wonen, coöperatief ondernemen en decentrale energieproductie.
  4. Met het oog op een evenwichtige wijkontwikkeling en met name de nood aan ontpitte binnengebieden, rustplekken en voldoende kwalitatieve publieke ruimte, wensen we bestaande en toekomstige ruimtelijke uitvoeringsplannen te toetsen op het evenwicht bebouwing-groen-publieke ruimte. We wensen hiertoe een instrument te ontwikkelen en als piloot toe te passen op de ruimtelijke uitvoeringsplannen Binnenstad en 2060.
  5. Bij wijkvernieuwingsprojecten willen we in een vroege fase in participatietrajecten en processen van co-creatie met de buurtbewoners en het sociaal middenveld opstarten.
  6. We willen een stad op maat van de Antwerpenaar. Studies tonen aan dat er meer vierkante meters kunnen worden gerealiseerd als er minder hoog en in aaneengesloten huizenblokken wordt gebouwd. Zoals in de centra van veel mooie Europese steden. We beperken waar mogelijk de bouwhoogte tot zes bouwlagen.
  7. We willen de kantorennota herschrijven zodat slecht gelegen of verouderde kantoorgebouwen andere functies kunnen krijgen (wonen, serviceflats, school…).
  8. Wij willen een schepen bevoegd voor Wijkvernieuwing en Woonontwikkeling. Alleen met geïntegreerde wijkontwikkeling kunnen we aangename woonwijken met voldoende voorzieningen realiseren.
  9. We willen opnieuw een volwaardig stadsbouwmeester installeren en de Gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Ordening en de Welstandscommissie hun rol laten spelen.
  10. We hervormen het huidige, weinig transparante, systeem van stedelijke ontwikkelingskosten tot een rechtvaardige en transparante bijdrage aan een nieuw op te richten wijkvernieuwingsfonds met een trekkingsrecht voor districten.
 
Veel Antwerpenaars identificeren zich met de wijk waar ze wonen. Die wijken hebben elk hun eigen karakter. In de ene wijk is al zwaar geïnvesteerd, in een andere is er nog veel werk aan de winkel en zijn er nog veel kansen.
 

Woonontwikkelingszones

  1. We willen woonontwikkelingszones voor divers wonen selecteren waarin woningen voor kleine en grote gezinnen en groepswoningen voor senioren worden gebouwd, en waarin in intergenerationele woonvormen wordt voorzien.
  2. In woonontwikkelingszones willen we een kwart sociale woningen en een kwart betaalbare woningen voor mensen met bescheiden inkomens realiseren.
  3. We willen woonverdichting gepaard laten gaan met een performant openbaarvervoernetwerk. Wij willen dat woonontwikkelingszones worden ontwikkeld op plaatsen die door goed openbaar vervoer zijn ontsloten, bij voorkeur met tram of trein.
  4. Woonontwikkelingszones willen we zo inrichten dat de auto zo veel mogelijk uit het straatbeeld
  5. In woonontwikkelingszones zamelen we waar mogelijk het afval ondergronds in en houden we het regenwater bovengronds. Regenwaterkanaaltjes en kleine waterpartijen zorgen in wijken voor rust en afkoeling.
  6. We willen al in de steigers staande grootschalige wijkprojecten zoals de Slachthuissite continueren maar met ontwikkelambities die beter aansluiten op het aangepaste ruimtelijke kader van wijkvernieuwing.
  7. We maken nieuwe woonontwikkelingszones op de bussenstelplaats Nieuw Zurenborg, de parkranden op de terreinen van de luchthaven van Deurne en de door de bouw van een nieuw arresthuis vrijkomende terreinen in de Begijnenstraat.
  8. We willen ook langs het Albertkanaal een woonontwikkelingszone creëren, onder meer in het gebied dat vrijkomt bij de afbraak van de IJzerlaanbrug in Merksem.
  9. We willen de stad verder uitbreiden richting haven en van het Mexico-eilandje een woonontwikkelingszone maken.

De twintigste-eeuwse gordel

  1. We willen de ambitieuze plannen van LaboXX van onder het stof halen en realiseren. Aangezien de twintigste-eeuwse gordel veel mogelijkheden biedt om de bevolkingsgroei op te vangen, willen we dat de meeste beleidsaandacht de komende jaren naar de stad buiten de Ring
  2. We volgen in de ontwikkeling van de twintigste-eeuwse gordel het pleidooi van experts om in de eerste plaats projecten met een tussenschaal van 50 tot 150 woningen te realiseren en de woonverdichting telkens weer te combineren met extra buurtvoorzieningen.
  3. Het ruimtelijk potentieel van een tangentiële openbaarvervoersas die Hoboken met Merksem verbindt, is groot. We pleiten ervoor om bij toekomstige traminvesteringen het belang van deze openbaarvervoersas te erkennen als trekker van stadsvernieuwing in de twintigste-eeuws gordel. We willen met tramverbindingen het stedelijke wonen buiten de Ring aantrekkelijk maken.

De ring

  1. Of er voldoende politieke wil en geld is voor de overkapping van de Ring is onduidelijk. De overkapping biedt alleszins perspectieven voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad.
  2. We willen dat de overkapping van de Ring geen speculatief project In de ontwikkeling van de overkapte delen geldt de 70-20-10 regel: 70% publieke ruimte, 20% wonen en werken en 10% gemeenschapsvoorzieningen.

Wonen

Ook de volgende jaren neemt het aantal bewoners in Antwerpen toe. Ondanks een hoog aandeel éénpersoonshuishoudens werden de laatste tien jaar de gezinnen in de stad gemiddeld groter. Volgens de prognoses zet die trend zich ook de komende tien jaar door. Het komt er bijgevolg op aan om in woningen te voorzien voor die in aantal toenemende, groter wordende en meer diverse huishoudens. We willen daarom een divers woonbeleid uitstippelen, waarin de stad een actieve rol speelt en de toekomst van onze buurten en wijken niet overlaat aan speculanten en grondontwikkelaars. Kortom, voor alle lagen van de bevolking, arm en rijk, jong en oud, alleenstaand of niet, van welke achtergrond dan ook, willen we een betaalbaar en kwaliteitsvol woonaanbod ontwikkelen. Een toekomstbestendig aanbod ook dat de Antwerpenaar voor zijn verwarming of koeling niet langer afhankelijk maakt van fossiele brandstoffen.

Veilige en gezonde woningen

  1. Het aantal woononderzoeken is drastisch teruggevallen evenals het aantal onbewoonbaarverklaringen. We willen de strijd tegen leegstand, verkrotting en huisjesmelkerij nieuw leven inblazen.
  2. We willen de leegstand in samenwerking met de netbeheerders in kaart brengen.
  3. We willen maximaal blijven inzetten op het toegankelijk maken voor wonen en werken van leegstaande ruimtes boven winkels.
  4. We willen een stevig stedelijk handhavingsbeleid uitwerken ten einde sneller tot onbewoonbaarverklaring te kunnen overgaan of slechte woningen via sociaal beheer te kunnen verwerven. We doen dat in samenwerking met politie, parket en de Vlaamse wooninspectie.
  5. We willen de leegstandsheffingen verhogen en adequaat innen.
  6. We breiden het aantal woontoezichters gevoelig uit naar een korps van 60 mensen, gespreid over drie toezichtregio’s.
  7. We willen gefaseerd een verplicht conformiteitsattest voor huurwoningen We starten in die wijken die nu zwak scoren op woonkwaliteit.
  8. Een groeiend aantal huurders is eigenlijk niet in staat om zelfstandig te wonen. Het is niet aangewezen en evenmin betaalbaar om die huurders residentieel op te vangen. Wij wensen die huurders op de sociale of de private huurmarkt alle kansen te geven en tegelijk eigenaars niet te ontmoedigen. Elke uithuiszetting is een nederlaag voor alle betrokkenen. Daarom willen wij met eigen middelen en middelen van de Vlaamse overheid de capaciteit aan woonbegeleiding in onze stad gevoelig verhogen.
 
Een stad is pas stad als er voldoende plekken zijn waar mensen elkaar spontaan kunnen ontmoeten. Zonder dat iets moet. Maar de kansen om elkaar spontaan tegen te komen en kort en ongedwongen kennis te maken, moeten wel worden gecreëerd.
 

Betaalbare woningen

  1. In alle grootschalige woonontwikkelingsprojecten willen we een kwart sociale woningen en een kwart betaalbare woningen voor bescheiden inkomens realiseren. De helft daarvan zijn woningen met minstens drie slaapkamers.
  2. We willen een systeem van buurtgebonden huurrichtprijzen invoeren met aanmoedigingsmaatregelen (gratis conformiteitsattesten) voor eigenaars die in het systeem van met de stad overeengekomen (‘geconventioneerde’) huurprijzen stappen.
  3. Om het verhuurder en huurder gemakkelijk te maken, worden alle huurwoningen met overeengekomen prijzen op een huurwebsite
  4. We willen dat de woonkantoren en het OCMW huurders op zoek naar een woning op de private huurmarkt actiever ondersteunen.
  5. Via het project Woonzoeker willen we eigenaars die hun pand aan mensen met een vervangingsinkomen verhuren, bij stopzetting van die huurovereenkomst aanmoedigen om aan die doelgroep te blijven verhuren.
  6. Wij willen de weinig gebruikte huursubsidie beter bekend maken door huurders via woonkantoren te laten begeleiden. Die woonkantoren groeien zo uit tot woonrechtenkantoren of woonmaatschappijen, die huurders ook naar andere dienstverlening bij sociale verhuurkantoren of sociale huisvestingsmaatschappijen kunnen verwijzen.

Sociale woningen

  1. Tegen 2030 willen we 000 extra sociale woningen bouwen, gespreid over het Antwerpse grondgebied, te beginnen bij de Antwerpse wijken die nu de Vlaamse sociale huisvestingsnorm niet halen.
  2. We wensen de toewijzing van nieuwe sociale woningen op wijkniveau via een gemeentelijk toewijzingsreglement actief te sturen. We willen woningen aan kandidaat-huurders toewijzen op doelgroepenniveau (leeftijd, werk…), rekening houdend met lokale binding en leefbaarheidsvereisten. Onder meer kandidaten op de lijst van het sociaal verhuurkantoor (SVK) wiens inkomen net te hoog is om snel geholpen te worden door het SVK (mensen met 17 punten op inkomensschaal zoals alleenstaande moeders met kinderen) wensen wij versneld te zien instromen in sociale huisvesting.
  3. Wij willen een centraal inschrijvingsregister opstellen voor kandidaat-huurders in de sociale huisvesting. Op die manier stoppen we de weinig klantvriendelijke aanpak en verminderen we de kansenongelijkheid van huishoudens die in een precaire situatie verkeren.
  4. Om de energierekeningen van sociale huurders te drukken, willen we werk maken van Zonneklaar, een publiek-publiek investeringsplan voor energiebesparing in alle sociale woningen op het grondgebied. Dat is nodig want van alle centrumsteden telt Antwerpen (samen met Oostende) het laagste aandeel energiezuinige woningen (46%). Meer dan 30% van de woningen in Antwerpen heeft geen (goed) geïsoleerd dak.
  5. We willen het Platform van Antwerpse Sociale Huurders (PASH) opnieuw oprichten. Bedoeling is dat sociale huurders infrastructuurprojecten mee beoordelen, de werking van de huisvestingsmaatschappijen evalueren en bijdragen aan de leefbaarheid in de sociale huisvesting.

Stad als actieve speler

  1. We willen de woningbouwcoöperatie Woonontwikkelaar oprichten, naar het voorbeeld van Zwitserse woonbouwcoöperaties. Woonontwikkelaar maakt het mensen mogelijk om gaandeweg via woonaandelen eigendom of woonrechten te verwerven.
  2. We willen de werking van de sociale verhuurkantoren uitbreiden en ze profileren als een uniek loket dat eigenaars helpt om woningen zonder zorgen en tegen sociaal geplafonneerde tarieven te verhuren aan specifieke doelgroepen op de huurmarkt. Met stadsmiddelen wensen we hun prospectiecapaciteit te verdubbelen.
  3. Sociale verhuurkantoren werken met een decretaal vastgelegd puntensysteem. In Antwerpen staan er 4000 mensen op de wachtlijst. In tegenstelling tot de wachtlijst van sociale huisvestingsmaatschappijen, geldt op de SVK-wachtlijst alleen het puntenaantal. Een kwetsbare groep van onder meer alleenstaande moeders zal om inkomensredenen met de huidige trage aangroei van SVK woningen altijd net uit de boot vallen. Daarom willen wij in de schoot van het SVK met stadsmiddelen die ‘net niet’ groep toch een gepast aanbod doen van betaalbare woningen volgens het SVK-model.
  4. Om de aangroei van SVK woningen te bespoedigen en geïnteresseerde eigenaars maximaal te overtuigen, richten we met sociale economiemiddelen een renovatieploeg op die in onderaanneming voor SVK-verhuurders kan werken.
  5. We willen dat het stedelijk vastgoedbedrijf AG VESPA niet alleen bescheiden koopwoningen aanbiedt. We willen dat AG VESPA op de verhuurmarkt actief wordt en zich bij het nieuwe aanbiedt als een publieke grooteigenaar die zich toelegt op de verhuur van betaalbare woningen aan mensen met een bescheiden inkomen.
  6. We willen een Antwerpse Woonraad oprichten die het stadsbestuur adviseert en informeert over alle aspecten van het woonbeleid.
  7. Antwerpenaars die zich in groep organiseren om een terrein of gebouw voor langere tijd voor woondoelen te beheren, worden door de stad ondersteund bij het opstellen van gebruiksrechtcontracten (‘commons contracten’) die rechtszekerheid bieden.

Ruimte als ontmoetingsmotor

Een stad is pas stad als er voldoende plekken zijn waar mensen elkaar spontaan kunnen ontmoeten. Zonder dat iets moet. Maar de kansen om elkaar spontaan tegen te komen en kort en ongedwongen kennis te maken, moeten wel worden gecreëerd. Het kwaliteitsvol inrichten en het doorgedreven onderhouden en schoonmaken van de publieke ruimte zijn daarbij cruciaal. We willen daarom investeren in kindvriendelijke, voor iedereen toegankelijke en duurzaam ingerichte straten, pleinen en parken. Dat doen we in goed overleg met de districtsbesturen en met inzet van het op te richten Wijkvernieuwingsfonds.

Ontmoetingsplekken en -kansen

  1. We willen dat Antwerpen opnieuw de ambitie heeft om inzake stedenbouw en architectuur van de bebouwde en publieke ruimte bij de Europese top te horen. Met sterke ontworpen, gedegen aangelegd en doorgedreven onderhouden publiek domein.
  2. We willen in bestaande buurten en in nieuwe woonprojecten de garantie op voldoende ontmoetingskansen voor de bewoners. Dat kan door het stimuleren van markten en kleinhandel, de aanleg van kwaliteitsvolle pleinen met ruimte voor horeca, het steunen van wijkfeesten.
  3. We willen derden-plekken in elke buurt (buurthuis, ontmoetingsruimte voor jongeren en ouderen, plekken voor sport en cultuur, scholen die buiten en soms ook tijdens de schooluren voor de buurt open staan …). Per buurt willen we het aanbod inventariseren en een antwoord bieden op de behoeften. We hebben daarbij ook oog voor het structureel tekort aan fuif-, cantus- en repetitiezalen voor jongeren in de binnenstad.
  4. We willen in alle 200 buurten waar minstens 800 mensen wonen onder het motto ’50 m² is het medicijn’ kleinschalige plekken realiseren. Buurthuizen, inloophuizen, huiskamers… Plekken waar iedereen uit de buurt welkom is.
  5. We willen residentieplekken in de buitendistricten Zo creëren we daar extra cultuuraanbod en slaan we een actieve link met het rijke cultuuraanbod van de cultuurhuizen in de binnenstad. We maken meteen ook een eind aan het acute tekort aan repetitieruimte (jong en oud, amateur en professioneel).
  6. We willen dat de stad burgers en verenigingen ondersteunt die in een geest van openheid en samenwerking het stedelijk leven met sociale experimenten en kunst en cultuur dynamiseren.
  7. We willen grotere evenementen beter spreiden over het grondgebied van de stad.
  8. We willen bestaande en nieuwe parken zo aantrekkelijk mogelijk maken voor een breed publiek, met voldoende sport- en speelmogelijkheden, publieke barbecues, toiletten en waar mogelijk een horecazaak.
  9. We willen restruimten beter voor de gemeenschap benutten en desgewenst tijdelijk inrichten of door de buurt laten beheren.
  10. We willen niet-gebruikte ruimten (kloostertuinen, gewezen industriële binnenterreinen…) in kaart brengen en waar mogelijk voor het publiek toegankelijk maken.
  11. We willen volkstuintjes en samen-tuinen stimuleren en ondersteunen.
  12. We willen de straten teruggeven aan de bewoners. We creëren instrumenten die bewoners en groepen de mogelijkheid geven om op wijkniveau eigen initiatieven te nemen zoals toekomst-, speel-, fiets-, school-, tuinstraten

Schone publieke ruimte

Het huidige stadsbestuur heeft de strijd tegen sluikstort verwaarloosd. Het aantal processen-verbaal voor een gemeentelijke administratieve sanctie (GAS) voor sluikstorten zakte tussen 2012 en 2016 met bijna zeventig procent. En dat terwijl het aantal meldingen met 28% steeg. In sommige wijken zoals in Antwerpen-Noord loopt het met sluikstorten helemaal uit de hand.

  1. We willen dat propere straten en pleinen en de strijd tegen sluikstorten opnieuw een prioriteit van het beleid worden. We werken daarbij zowel preventief, sensibiliserend als repressief.
  2. We willen dat de stad intensiever inzet op sensibilisering voor schoon publiek domein, en dat op maat van de buurten en wijken. De stad geeft zelf het goede voorbeeld, bijvoorbeeld door geen zwerfborden (tijdelijke reclame) aan straatmeubilair te gebruiken.
  3. Voor veel mensen blijft het correct aanbieden van afval een zware post in hun (beperkt) budget. Daarom willen we dat aan gezinnen die recht hebben op verhoogde tegemoetkoming restafvalzakken tegen verlaagde prijs worden aangeboden bij onder meer de sociale kruideniers van het OCMW.
  4. We willen sluikstorten met alle wettige middelen vervolgen, gaande van het doorzoeken van afval op identificatie, heterdaadbetrapping en cameratoezicht. Wijken met veel overlast krijgen daarbij extra aandacht.
  5. We willen dat ook de politie van de aanpak van sluikstort en zwerfvuil een prioriteit
  6. We willen een systeem van grofvuilinzameling waarbij elk huishouden recht heeft op een gratis inzameling van één kubieke meter per jaar.
  7. We willen de dienst Stadsreiniging opnieuw zo organiseren dat de 24-uur-norm bij sluikstortmeldingen wordt gehaald.
  8. We willen samenwerken met de sociale economie om de stad schoon te houden.
  9. We willen in extra urinoirs en in genderneutrale publieke toiletten
 
Ontdek onze standpunten

Veilige Stad

Mobiele Stad

Sociale Stad

Onderwijsstad

Woonstad



Download ons volledige programma voor Antwerpen